Meer dan gezelschap
Het huisdier is voor 86% van de ondervraagden een belangrijke bron van gezelschap. Bijna zeven op de tien (69%) zeggen zich door de aanwezigheid van hun dier minder alleen te voelen. Ruim zes op de tien (62%) zoeken steun of troost bij het huisdier wanneer zij zich niet goed voelen.
Een luisterend oor zonder woorden
De band tussen mens en dier gaat voor veel baasjes verder dan alleen gezelschap. Praten tegen hun huisdier hoort daar voor velen bij. Voor 21% biedt dat ook ruimte om dingen uit te spreken die zij niet of moeilijk met anderen bespreken.
Drs. Maarten Reesink, docent (Human) Animal Studies aan de Universiteit van Amsterdam, legt uit waarom praten tegen een huisdier zo vertrouwd kan voelen:
“Dat mensen tegen hun huisdier praten is helemaal niet zo vreemd en het werkt ook echt. Niet dat zij letterlijk onze taal verstaan, of wij die van hen, maar denk aan hoe je met een mens communiceert van wie je de taal niet kent: je klanken en toonhoogte, in combinatie met allerlei non-verbale communicatie in gezicht en lichaam, brengen je een heel eind.
Daar komt bij dat je je huisdier door en door kent, en het dier jou. Net als bij menselijke partners heb je dan vaak helemaal geen woorden nodig om elkaar toch van alles te zeggen. Praten tegen je huisdier voelt dus niet alleen als echt en diep contact, het is het ook.”
Van huisdier naar menselijk contact
Huisdieren bieden niet alleen gezelschap, ze kunnen ook het contact tussen mensen makkelijker maken:
- 42% zegt door het huisdier gemakkelijker in gesprek te raken met andere mensen.
- 40% zegt via het huisdier mensen te hebben leren kennen die zij anders waarschijnlijk niet hadden ontmoet.
Dr. Mayke Janssens, onderzoeker binnen de vakgroep Levenslooppsychologie van de faculteit Gedrags- en Gezondheidswetenschappen aan de Open Universiteit, onderzoekt wat contact met huisdieren betekent voor ons welzijn. Zij licht toe:
“Een huisdier kan als sociale katalysator werken. Vooral honden zorgen ervoor dat mensen vaker buiten komen en anderen tegenkomen, maar een dier biedt ook een makkelijk en neutraal onderwerp om een gesprek te beginnen. Door elkaar vaker tegen te komen, kan zo’n eerste praatje zich soms ontwikkelen tot een vriendschap of andere vorm van steun. Dat gebeurt niet vanzelf: het effect hangt af van de persoon, het dier en de omgeving.”
Huisdieren kunnen ook eenzaam zijn
De band tussen mens en dier werkt twee kanten op. Daarom vraagt Figo tijdens de Week tegen Eenzaamheid ook aandacht voor het welzijn van huisdieren wanneer hun baasje niet thuis is.
“We zijn gek op onze huisdieren, maar voor hen zijn wij hun hele wereld. Als we weggaan, kan een hond bijvoorbeeld gaan blaffen of janken, terwijl een kat juist meer kan miauwen of zich kan verstoppen. De meeste dieren komen binnen een kwartiertje vanzelf weer tot rust.
Blijft de onrust aan of beschadigt je hond of kat deuren of ramen, dan kan er sprake zijn van verlatingsangst. Zie je zulke signalen, bespreek ze dan met je dierenarts. Die kan beoordelen wat er aan de hand is en welke begeleiding passend is.”, aldus Kathryn Mercer, voormalig klinisch dierenarts en veterinair analist bij Figo Pet.
Over het onderzoek
De enquête is uitgevoerd in opdracht van Figo onder 300 respondenten. Dr. Mayke Janssens, onderzoeker binnen de vakgroep Levenslooppsychologie van de faculteit Gedrags- en Gezondheidswetenschappen aan de Open Universiteit, en drs. Maarten Reesink, docent (Human) Anmimal Studies aan de Universiteit van Amsterdam, zijn gevraagd de resultaten vanuit hun expertise te duiden.